|
Arthur Diemer Kool
Betty Stöve
Brenda Schultz
Christiaan van Lennep
Fenny ten Bosch
Geertruid Blaisse-Terwindt
Gerard Scheurleer
Hans van Swol
Henk Timmer
Jacco Eltingh
Jan Hajer
Jan Siemerink
Karel Beukema
Kea Bouman
Loes Everts
Louk Sanders
Madzy Rollin Couquerque
Manon Bollegraf
Marcella Mesker
Marijke Jansen
Mark Koevermans
Michiel Schapers
Miriam Oremans
Otto Blom
Paul Haarhuis
Richard Krajicek
Rob van Meegeren
Tom Okker
Trudy Groenman
Otto Blom
Otto P.N. Blom (19/03/1887-22/07/1972) kan beschouwd worden als de grondlegger van de Hilversumse tennis-dynastie Blom. Driemaal won hij de nationale titel in het enkelspel vanaf 1909. Bovendien won hij het gemengddubbelspel met L. Everts in 1906 en in 1911 met D. Blom, en het herendubbel in 1909 en in 1912.
Hij was de eerste Nederlander, die de achtste finales haalde op Wimbledon in 1910, waar hij achtereenvolgens Cronin, Nettleton en Tripp versloeg voordat hij verloor van de halve finalist Lowe.
In 1912 verloor hij in de finale van de nationales van de zestienjarige Arthur Diemer Kool. Dit ergerde hem zo, dat hij besloot zijn racket aan de wilgen te hangen.
Hun levenslopen kwamen weer bij elkaar, toen de zoon van Blom en de dochter van Diemer Kool besloten met elkaar te trouwen. Twee van hun kleinkinderen, Otto en Nora Blom, speelden ook in de vaderlandse top.
Zie ook Wikipedia
001

Otto Blom
|
002

Uitnodiging
|
Portretfoto

O.P.N. Blom
|
|
|